Over behandeleffectiviteit en verandermechanismen

About treatment effectiveness and change mechanisms

Description

In het vorige nummer van Psychologie & Gezondheid schreef Remco Havermans een kritische forumbijdrage over mindfulness. Zijn stelling, dat de werkzaamheid van mindfulnessmeditatie nog onvoldoende is aangetoond om de toepassing ervan in de gezondheidszorg te rechtvaardigen, wordt in dit nummer beargumenteerd tegengesproken door Maya Schroevers en haar collega’s en door Ivan Nyklíček. Zijmenen dat het effectonderzoek naar mindfulness weliswaar nog uitgebreider en beter kan, maar dat het onderzoek tot nu toe voldoende evidentie heeft opgeleverd om toepassing te rechtvaardigen. Nyklíčekmerkt hierbij op dat in de psychologie een nieuwe therapie meestal eerst in de klinische praktijk jarenlang wordt toegepast voordat wetenschappelijk deugdelijk wordt onderzocht of de therapie wel werkt. Havermans blijkt verre van overtuigd en fileert de aangedragen evidentie genadeloos. Deze interessante discussie roept de vraag op wanneer we een behandeling evidence based mogen noemen. Het standpunt dat hiervan pas sprake kan zijn als gecontroleerd onderzoek de effectiviteit van de behandeling heeft aangetoond, zal door de meeste vakgenoten worden onderschreven. Maar wat is ‘gecontroleerd onderzoek’? Volstaat een wachtlijstcontrolegroep of moet de (nieuwe) behandeling worden vergeleken met andere actieve interventies, waarvan al eerder de effectiviteit is aangetoond?

Ook de relatie tussen praktijk en theorie is interessant. Afgezien van de vraag of de opmerking van Nyklíček nog steeds hout snijdt in deze tijd van evidence based interventies, is het wel verantwoord om op grote schaal een nieuwe psychologische interventie toe te passen als de effectiviteit of specifieke werkzaamheid nog niet is aangetoond? Havermans meent dat men een nieuwe gedragstherapeutische interventie ontwikkelt op basis van veelbelovende klinische observaties en gedragswetenschap, met andere woorden er moet ook een theoretische onderbouwing van de interventie zijn. Voor dit laatste is inderdaad veel te zeggen, maar de geschiedenis leert dat de theorieën die aanvankelijk als verklaring voor de werkzaamheid van de interventie werden geformuleerd, meestal bij nader inzien de toets van de wetenschappelijke kritiek niet konden doorstaan. Onderzoek in de traditie van de experimentele psychopathologie (Jansen, Van den Hout & Merckelbach, 2010) heeft al heel wat reinigend werk verricht op theoretisch gebied.

Op de keper beschouwd is van heel wat evidence based interventies aangetoond dat deze effectief zijn, maar hoe deze werken is veelal nog onduidelijk of voor de theoretische onderbouwing ervan is nog onvoldoende steun gevonden. Het laatste Najaarscongres van de Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCT) had als thema ‘Change. Verandermechanismen en cognitieve gedragstherapie’. Tijdens het congres werd duidelijk dat over de verandermechanismen van evidence based interventies nog veel onduidelijkheid bestaat en dat het onderzoek hiernaar soms verrassende resultaten laat zien (Jaspers, 2011). Het is bepaald niet alleen EMDR (eye movement desensitization and reprocessing), waarover de theoretische inzichten zijn veranderd, ook al bestaat over de werkzaamheid van de interventie geen twijfel. In het volgend nummer van Psychologie & Gezondheid leest u hier meer over.

In dit nummer vindt u nog een forumbijdrage, waarin de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok wordt gegooid. De prikkelende titel ‘Huidige behandeling depressie is weggegooid geld’ nodigt op zijn minst uit tot lezing. Hoezo weggegooid geld? Als er een probleem is waarvoor evidence based behandelingen bestaan, is het immers depressie. Kok en collega’s laten echter zien dat ondanks de enorme bedragen die jaarlijks in Nederland worden uitgegeven aan de behandeling van depressie, in de huidige financiering van de gezondheidszorg nog onvoldoende rekening wordt gehouden met het hoge risico op terugval bij depressie. Het door velen, om uiteenlopende redenen verfoeide DBC-systeem (Diagnose Behandel Combinatie) ontmoedigt om langdurig met behandelingen door te gaan. Bestaande effectieve interventies om het risico op terugval te verminderen worden nauwelijks toegepast, terwijl deze bij de behandeling van een vaak chronische aandoening als depressie uitdrukkelijk zijn aangewezen. Hiermee wijzen de auteurs impliciet op een belangrijke tekortkoming van het bestaande effectonderzoek: het gebrek aan evaluatie van de langetermijneffecten van de onderzochte interventie. Ook voor psychologische interventies bij depressie is duidelijk dat deze werkzaam zijn. En al geldt ook voor depressie dat we nog lang niet weten wat de specifieke werkingsmechanismen zijn (hoe deze werken), de noodzaak van implementatie van evidence based interventies om terugval te vermijden of uit te stellen kan niet genoeg worden benadrukt. Het recidiverend karakter maakt depressie immers tot een aandoening met zowel hoge maatschappelijke kosten als een zeer hoge ziektelast, lijdensdruk en risico op suïcide.

In the previous issue of Psychology & Health Havermans Jim wrote a critical forum posting about mindfulness. His thesis, that the efficacy of mindfulness meditation is insufficient evidence to its application in health care to justify, this issue argued contradicted by Schroevers Maya and her colleagues and by Ivan Nyklicek. Zijmenen mindful that the impact study, while still more extensive and better, but that the investigation so far has yielded enough evidence to justify the application. Nyklíčekmerkt in psychology here that a new therapy in clinical practice usually first applied for years before being properly scientifically investigated whether the therapy works. Havermans appears far from convinced the fillets and put forward evidence mercilessly. This interesting discussion raises the question if we may call evidence-based treatment. The view that this only if there can be controlled study the efficacy of treatment has shown, most colleagues will be endorsed. But what is 'controlled study'? Is a waiting list control group or to the (new) treatment are compared with other active interventions whose effectiveness has already been demonstrated?

The relationship between practice and theory is interesting. Apart from the question whether the remark Nyklicek still holds water in this era of evidence-based interventions, it is widely recognized for a new psychological intervention should be as specific activity or effectiveness is not proven? Havermans believes that a new behavioral intervention developed on the basis of promising clinical observations and behavioral science, in other words, there is also a theoretical justification for the intervention. For the latter is indeed much to say, but history shows that the theories initially as an explanation for the efficacy of the intervention were formulated, mostly on closer inspection the test of scientific criticism could not stand. Research in the tradition of experimental psychopathology (Jansen, Van den Hout & Merckelbach, 2010) has a lot of work cleaning the theoretical field.

On closer examination of many evidence-based interventions shown to be effective, but how they work is often unclear whether the theoretical substantiation is found insufficient support. The last Autumn Congress of the Association for Behavioral and Cognitive Therapy (VGCt)'s theme was "Change. Change mechanisms and cognitive behavioral therapy. During the conference it became clear that the change mechanisms of evidence-based interventions much uncertainty and that the research on this surprising results show (Jaspers, 2011). It provides not only EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), which the theoretical views have changed, even as to the efficacy of the intervention no doubt. In the next issue of Psychology & Health You can read more about.

In this issue you will find a forum posting where the proverbial cat among the pigeons thrown. The provocative title "Current treatment depression is a waste of money 'invites at least into reading. Why wasted? If there is a problem for which evidence-based treatments exist, it is indeed depression. Cook and colleagues reveal that despite the enormous sums spent each year in the Netherlands for the treatment of depression in the current financing of health care is still insufficiently taken into account the high risk of relapse in depression. By many, for various reasons detested system DBC (Diagnosis Treatment Combination) discourages long-term treatments to continue. Existing effective interventions to reduce the risk of relapse are rarely used, while in the treatment of a chronic condition such as depression often explicitly designated. This, the authors implied a major weakness in the current outcome research: the lack of evaluation of the long-term effects of the tested intervention. For psychological interventions for depression is clear that this work. And already includes a long depression that we do not know the specific mechanisms of action (how they work), the necessity of implementation of evidence-based interventions to prevent relapse or delay can not be overstated. The recurrent nature makes depression after a disease with both high social cost as a very high disease burden, distress and risk of suicide.

Format

Journal

Language

Dutch

Author(s)

Jan Jaspers

Original Work Citation

Jaspers, J. (2011, March). [About treatment effectiveness and change mechanisms]. Psychologie & Gezondheid, 39(1), 3-4. doi:10.1007/s12483-011-0001-0. Dutch

Collection

Citation

“Over behandeleffectiviteit en verandermechanismen About treatment effectiveness and change mechanisms,” Francine Shapiro Library, accessed October 19, 2020, https://emdria.omeka.net/items/show/21068.

Output Formats